The young poet Hanuš Hachenburg




In the 1940’s HanuŠ Hachenburg, 1929 - 1943/44, and other young boys, aged twelve to fifteen,

lived in Barracks L417 from 1942 to 1944, or Home One, which the boys referred to as the Republic of Shkid.

The Jewish boys secretly produced a weekly magazine called Vedem (In the Lead) at the model concentration camp, Terezin.



The young poet Hanuš Hachenburg The Republic of Skhid For children Life and death Remembrance Reflection meetings


Athem of The Republic of Škid

Oh, what glory; all are cheering

The whole of One is on its feet

Government has come to being

Of the Republic of Škid

Every man is our brother

Christian or Jewish kid

United we march under the banner

Of the Republic of Škid

Insult us no one shall dare

No one shall dare to hit

To work hard we swear

To honor the Republic of Škid.



Van Westerbork naar Theresiënstadt Theresiënstadt



L417 - Former school which was used as barracks for boys 10 - 15 years old.

Now the Ghetto Museum.L417



In Tereziń Hanuš wrote a puppet play, ‘We are Looking for a Monster’, but it was never performed.



Over Valtr Eisinger en In the lead (Vedem) - A Teacher's Guide



Terezin boy who dreamt of flying to Moon to escape horrors of Earth



Hans Krása's Brundibár, and the Surreal Cultural Life of Theresienstadt"


We Are Children Just the Same: Vedem, the Secret Magazine by the Boys of Terezín - Bol.com



Website Vedem



Anne Frank Timeline

Vedem - HanuŠ droeg samen met andere jongens uit Huis Nummer Eén (L417) in Terezín bij aan de inhoud van de wekelijkse ondergrondse magazine Vedem, opgericht door Petr Ginz. De grote en bijzonder gewaardeerde bijdrage van Hanuš Hachenburg voor Vedem bestond meestal uit gedichten. De dichterlijke, gevoelige en enigszins eenzelvige teener was ook buitengewoon goed belezen en geïnformeerd.

Er is weinig van Hanuš bekend. Het meeste wat men van hem weet, komt van zijn vriend in die tijd, Zdenek Ornest, die Terezín (Theresiënstadt) en Auschwitz overleefde. Hij herinnerde jaren nadien nog levendig zijn ogen in het bleke gezicht. Hanuš verkeerde in een lichamelijk slechte conditie. Hun vriendschap had zo z'n ups and downs en z'n crisissen. Ze hadden vaak ruzie met elkaar, maar ook hele interessante discussies. Zdenek werd geïmponeerd door de gedichten die Hanuš maakte.

Hanuš werd op 12 juli 1929 geboren en woonde bij zijn moeder in Praag. Mogelijk heeft hij zijn vader nooit gekend. Eén van zijn eerste dichterlijke probeersels, Heroica, schreef hij in het Praagse Weeshuis. Op 24 oktober 1942 werd hij vanuit het Praagse Weeshuis naar Terezín gedeporteerd. Aanvankelijk werd hij in Huis Nummer Twee geplaatst. Valtr Eisinger, die de jongens van Huis Nummer Een onder zijn hoede had, realiseerde zich spoedig dat Hanuš een ongewoon getalenteerde jongen was en slaagde erin Hanuš naar Huis Nummer Een over te laten plaatsen. Op 18 december 1943 werd Hanuš op transport naar het Oosten (Auschwitz) gezet en heeft daar nog enige tijd in het "Gezinskamp" gezeten. Hij ging daar door met het schrijven van een aantal gedichten. Zijn laatste gedicht heette De Gong, dat zo populair werd, dat gevangenen het uit hun hoofd kenden. Het was gebaseerd op het morgenappèl. De gong deed de gevangenen wreed ontwaken uit hun dromen over terugkeer naar huis en bracht hen terug naar de genadeloze realiteit van het concentratiekamp met de honger, de vervuiling en de voortdurende dreiging met de dood.

De gedichten van Hanuš, vertaald in het Engels, klinken goed, soms ook door de afwisselende Romaanse en Germaanse klanken die het Engels kenmerkt. Zie wat betreft de afwisseling van Germaanse en Romaanse klanken in Engelse gedichten o.a. "De Glanzende Kiemcel" van S. Vestdijk. Behalve dat lijkt er tijdens het vertalen met zorg met de klanken omgegaan te zijn, reden te meer om deze in het Engels te laten staan.

Hieronder de namen van de jongens tussen de 12 en 15 jaar, die samen met Hanuš en hun twee oudere begeleiders, onder wie Valtr Eisinger, in de jaren 1942--1944 de op één na laatste periode van hun leven in "Huis Nummer Een" op vaak zeer angstige, maar op moedige en creatieve wijze hebben doorgebracht. Als zovelen zijn zij en Valtr Eisinger in Auschwitz door de nazis omgebracht. De weinigen die het overleefd hebben, zijn hieronder ook vermeld. Om de moed erin te houden stichtten de jongens hun eigen republiek, de Republiek van Skhid, waarin eenieder recht van leven heeft.


Valtr Eisinger: I do not want to give you ready answers. That would be too easy. Nor do I wish to say straight out: let us love these and hate those. I shall try to outline a method that is less easy, one that will force you to think and draw your own conclusions.(..)

Let me quote some of Goethe's sayings, that they might become the basis for our thoughts and our conclusions! (..) "National hatred is altogether a strange thing. It is at its most powerful and most vehement on the lowest levels of culture. But there is a level where it completely disappears and where to some extent we stand above nations, and feel the fortunes or misfortunes of neighbouring nations as if they were our own. This cultural level is consistent with my nature."


List of the boys who perished:



Hanuš Hachenburg

Petr Ginz

Valtr Eisinger (oudere begeleider/leraar),

Jirí Bauer

Erich Zinn

Emanuel Morgenstern

? Lichtenstein

Hanuš Kauders

Hanuš Beamt

Jirí Zappner

Karel Liebstein

Hanuš Beck

Laci Willheim

? Weisskopf

Hanuš Kraus

Zdenek Bienenfeld

Benjamin ?,

Emanuel Mühlstein

Zdenek Weiner

Bedrich Blum

Beno Kaufmann

Hanuš Pollak

Zdenek Pollak

Zdenek Weinberger

Jirí Lebenhart

Jirí Bruml

Jirí Kosta

Hanuš Weil

František Feuerstein

Bedrich Vielgut

Robert Gelb

Wiki Tauber

Wiki Löwy

Rudolf Haas

Otto Sedlácek

Adolf Immergut

? Rosenberger

Arnošt Kohn

Hanuš Kahn

Ota Pacovský

Rudolf Laub

Herbert Maier

Kurt Fischer

Jirí Vohryzek

Zdenek Vohryzek

Herbert Fischl

Petr Fischl

Jan Volk

Zdenek Freund

Ralph Popper

Hanuš Kominík

Jirí Taussig

Jirí Frisch

Herman Teichner

Petr Gelber

Egon Tenzer

Kurt Glasner

Kurt Segal

Pavel Goldstein

Otto Šindler

Rudolf Gotlieb

Harry Stern

Karel Stern

Jirí Grünbaum

Walter Roth

Hanuš Heller

Norbert Picela

Hanuš Kalich

Leoš Marody

Petr Lax

? Grünwald

Hanuš Sternschuss

Jirí Herrmann

Harry Pick

Jirí Pick

René Pick

Bedrich Hoffmann

Jirí Metzl

Hanuš Kalich





The boys who survived:




Juda  Bacon

Jan Boskovic

Jiří Brady

Toman Brod

Adolf Bunzel

Mendel Kopelovič

Kurt Kotouč

Pavel Kummermann

Felix Kurschner

Leopold Löwy

Miroslav Neumann

Zdenĕk Ornest

Erik Pollak

Zdenĕk Taussig

Jaroslav Žatečka

 



The Republic of Shkid




 The young poet Hanuš Hachenburg



Republic of Shkid - The boys based their Republic on the eponymous book, written by two former street gangsters - Grigori Belykh and Leonid Panteleyev. St. Petersburg's streets in the 1920’s are full of gangs of homeless kids. From time to time some of them are caught and placed into a special school which is named after Dostoyevsky ('SHKola Imeni Dostoyevskogo' - hence the name SHKID). SHKID has gathered hungry, but impudent and sharp kids. The boys set up their own government during the Friday evening celebration on December 18, 1942.



Adress on the Republic of Skhid,

delivered by Walther Roth,

december 18, 1942

The banner has been raised. Home Number One has its own flag, the symbol of its future communal life. The Home has its own government. Why did we set it up? Because we no longer want to be an accidental group of boys, passively succumbing to the fate meted out to us.

We want to create an active, mature society and through work and discipline transform our fate into a joyful, proud reality. They have unjustly uprooted us from the soil that nurtured us, from the work, the joys, and the culture from which our young lives should have drawn strength. They have only one aim in mind - to destroy us, not only physically but mentally and morally as well.



Will they succeeded? Never! Robbed of the sources of our culture, we shall create new ones. Separated from all that gave us pleasure, we shall build a new and joyously triumphant life! Cut off from a well-ordered society, we shall create a new life together, based on organization, voluntary discipline and mutual trust.
Torn from our people by this terrible evil, we shall not allow our hearts to be hardened by hatred and anger, but today and forever, our highest aim shall be love for our fellow men, and contempt for racial, religious and nationalist strife.

See more on the beautiful website Vedem



Toespraak

op 18 december 1942

door Walter Roth,

de gekozen voorzitter van de "Republiek van Shkid"


De banier is gehesen. Huis Nummer Een heeft zijn eigen vlag, het symbool van het toekomstig werk en het toekomstig gemeenschappelijk leven. Het Huis heeft zijn eigen regering. Waarom hebben we dit ingesteld? Omdat we niet langer een toevallige groep van jongens willen zijn en passief het lot willen ondergaan dat ons is toebedacht.



Wij willen een actieve, rijpe samenleving creëren en door werk en discipline ons lot transformeren in een vreugdevolle, trotse werkelijkheid. Ze hebben ons ten onrechte ontworteld van de grond die ons voedde, van het werk, de vreugden en de cultuur uit welke onze jonge levens kracht hoorden te putten. Ze hebben slechts één doel in gedachten - ons te vernietigen, niet alleen fysiek, maar ook geestelijk en moreel.

Zullen ze daarin slagen? Nooit! Beroofd van de bronnen van onze cultuur, zullen wij nieuwe bronnen creëren. Gescheiden van al wat ons plezier gaf, zullen wij een nieuw en vreugdevol triomferend leven opbouwen. Afgesneden van een goed geordende samenleving, zullen wij samen een nieuw leven creëren dat gebaseerd is op organisatie, vrijwillige plichtsbetrachting en wederkerig vertrouwen.


Weggerukt van ons volk door dit verschrikkelijke kwaad, zullen we niet toestaan dat onze harten verkild worden door haat en woede, maar onze hoogste doel zal vandaag en voor altijd zijn: liefde koesteren voor onze medemensen en afkeer hebben van raciale, religieuze en nationalistische rivaliteit.



Ter begeleiding door Hanuš Hachenburg



Ja, ik neem mijn toevlucht tot een begeleidend artikel als het laatst mogelijk experiment om mijzelf in jullie ogen te rechtvaardigen. Ik schrijf niet om een reputatie als dichter te krijgen, maar ik schrijf omdat ik me niet op een andere manier kan uitdrukken. Ik kan mezelf niet op een andere wijze uitdrukken omdat omstandigheden mij eenmaal gevormd hebben en mij ertoe dwongen het zo te doen.

Het gebeurde in Het Weeshuis (Het Joods Praagse Weeshuis -- KB). Ik was een enigszins verwend kind met vreemde meningen en manieren, opgegroeid in weelde en met afkeer van het "tuig" van arme bedelaars. Toen ik in het Weeshuis kwam, zorgde deze reputatie toen voor het vooroordeel dat mij als een identificatie-label gedurende de vijf jaar dat ik daar was, vergezelde. Ik moest me aan iemand toevertrouwen, dus ik vertrouwde me aan het papier toe. Papier zwijgt, het kan alles aan. Ik kon mijn boosheid kwijt, ik kon huilen en ik kon me verheugen. Ik weet uit ervaring dat wanneer een persoon een serieuze vriend heeft bij wie hij zijn gemoed kan luchten, hij geen gedichten schrijft, tenminste geen gedichten over zijn eigen persoonlijkheid, of slechts zeer weinig. Wat mij betreft zijn gedichten dat wat vrienden voor andere mensen zijn. Zij zijn dat wat ik tegen niemand kan vertellen, ze zouden om me lachen.

Het onbegrijpelijke van mijn vroegere gedichten was door mij zo bedoeld. Ik schreef ze zó dat niet iedereen in staat zou zijn ze te begrijpen, tot ze door te dringen en dan om me zouden lachen. Ik schreef ze zó dat ze slechts volledig konden worden begrepen door iemand die ergens op mij leek of die dezelfde ervaringen had. Ik geef je geen leidraad om mijn gedichten te begrijpen. Maar ik hoop dat, nadat je deze paar regels en enkele van mijn kleine verzen die volgen, hebt gelezen, ik erin geslaagd zal zijn, niet om populair te worden, maar misschien om dichterbij mensen van mijn leeftijd te komen, iets waar ik gedurende de laatste vijf jaar naar heb verlangd.





Questions and Answers



What good to mankind is the beauty of science?

What good is the beauty of pretty girls?

What good is a world when there are no rights?

What good is the sun when there is no day?

What good is God? Is he only to punish?

Or to make life better for mankind?

Or are we beasts, vainly to suffer

And rot beneath the yoke of our feelings?

What good is life, when the living suffer?

Why is my world surrounded by walls?

Know son, this is here for a reason:

To make you fight and conquer all!



Ha - (Hanuš Hachenburg)









For children / My country




 The young poet Hanuš Hachenburg



For Children



We are all children, little ones,
Playing with a coloured ball.
We cry easily with ruddy cheeks
And then, with glowing faces
We look at silvery world,
At green hillsides,
At Life. We look ahead


We are soft deer,
Complaining to crows
We think that we live
But merely accept blows
We are all children,
Playing with the globe,
Water sprites
Pursing our lips
To receive our mother's milk,
peace,
life.

We are all people,
That is, we are matter.
The millwheel of time turns
Our feathers are drying, drying.
We scratch away in the night
Over our blouses
That take away our eyes


And in the day we are only in darkness.
We are all people
Gambling for the globe,
And the globe turns in blood
And turns and turns
And we reach out



For the small lights in the night
We children, children
Of a great revolution
We want to learn
So that from the earth we might
Freely drink
Live
Triumph



Ha - (Hanuš Hachenburg)



My Country



I kiss my land and caress it,
Passing much time in its presence.
This land is not on this earth
Yet it is within us everywhere.


It is in the heavens, in the stars above,
Wherever the bird nation lives.
I se it again in my soul today,
And my heart is heavy with tears.


One day I shall fly tot the heights above,
Free from my body's encumbrance,
Free in expansiveness, free in distance,
And free with me, my country.


Today it is small. A handful of dreams
Encloses its distant horizons
And through the heavy dreams
Shimmer the furies of war.


One day I shall enter my country,
I shall rejoin my motherland
There is my country! There is yours!
There is no "I" and no misery.



Ha - (Hanuš Hachenburg)







Life and death / Thoughts




The young poet Hanuš Hachenburg

Life and Death



Life and death, that is the whole world,
A ray of sunlight,
A fiery day,
A violent tempest on the endless sea,
Blood of the living earth - eternal love.


When the trees are in full leaf
When Monday always follow Sunday
When summer breezes list
Through the heart's innumerable pages,
When the sailor young and strong
Fights death in the ocean deep…


Eternally red, life blood
Battles against stone-cold walls,
Ever the world's people
Struggle upwards
Learning to live.


The centre is dark. This nothing - this circle -
This nothing is law, space, God.
Next to the whiteness of the clouds,
The poison gas of mocking laughter,
And next to Justice, brown earth,
And then, then bright red love, a dream!


Everything is colour: the grey river,
The green fishpond, its nymph,
The yellow rock, the longing
Black circle, the imprisoning universe,
The bright blue sky,
The black and red execution.


Time passed: strangely it twists,
Like a black thread in a constant spiral,
As time goes by, across the ruins
They sing a song of life
Or again, when death strangles them,
They sing the sad song of death.


From the womb of earth life was born
To devour itself, to submit, to fertilize,
Once a cell looked round
To live and die.
Life conquered space
To live and become God.


That was man. And man became the master
Over life and death, his loins, his shoulders.
Time passes and time twists constantly,
Strangely in a circle, in a spiral.


Today death holds his filthy hand
Over the world and over my soul
But the cup, fashioned of skulls,
With brains shrivelled and dried,
Will overflow, and all
The bones, the blood, the muscles call:
"Life! Life! Life!?"


Time presses forward,
The spiral turns,
People are born and die,
History happens, and seems to happen,
At the end of the chain of time
Freed from fetters, from money,
At the end of its wild spiral
Love twists into eternity.



                                     Ha - (Hanuš Hachenburg)







Thoughts


I stood at the corner and looked int het window
To a place where heart is divided from heart
On the bed lay Had's limp shadows,
When a madman suddenly lifted his hand, crying:
"Mummy!…


Mummy, come here, let's play together
And kiss and talk to each other!"
Poor people, madmen, miserable figures,
Wrapped against the weather, they went
Shivering with cold, and wanting to shout
Before their days were done:

"Mummy, hold me, I'm leaf about to fall,
Look how I wither, I feel so cold!"
As the awful chorale echoed across the barracks,
I - swept up in it - sing along with them.



Ha - (Hanuš Hachenburg)







 



Remembrance / The heart




 The young poet Hanuš Hachenburg



Remembrance



In that grey house, an old woman

Suffered on her bed. No one knew her.

And as she shrivelled away, with God her only succour

She secretly hugged something to her.



A kind of cardboard box, and when she dies

The ghetto will be her only heir.

And how she cried, that helpless woman.

She wanted to live to see her children one time more.

She did not want to die;

She wrung her hands (or clung to her faded souvenir)

Then in the night, dry for lack of water, died.

I was upset for fully half a day.

When they came for her things in the morning -

Such a beautiful balmy day -

All they found was four simple flowers

And a picture of her son clapsed

Tightly in her twisted, stiffened hands.

They took it from her, clumsily, roughly,

And tore it up.

I look at her.

I learned nothing more. But I believe -

I hope,

That mother and son were burned together.



                                                       Ha - (Hanuš Hachenburg)





The Heart



There’s probably a tiny room

Where a man cherishes his “I”

Like a ring on his little finger.

A terrible burden I cherish there,

So many feelings without a name

And

In every heart, in a nameless corner

 I cannot express them.

I am an echo in the wind.

My child, when he is born,

Eager to live, will be a man

May he never live through

What I have seen and suffered.

I do not know what name to give

To my small room with its small door,

Perhaps a bird will whisper a message

In my ear like an echo.

Perhaps my child will say:

Dad, I know how you are.”

My heart is so cruel to me

It will not let me dream,

But always says:

My good man -

How would you put me in words?”

Today I said: the heart is a fire,

I have no strength to put it out.



Academy (Hanuš Hachenburg)





Reflection meetings


 The young poet Hanuš Hachenburg



About this site:



Members of the Hanuš Hachenburg group in Holland will remember all deported people who died in concentration camps during World War II. Besides, we will commemorate the inhabitants of House One in Terezin and will memorize their Vedem activities while rebuilding a new European House. The group is independent of any other organisation. We will discuss local volunteer opportunities and resources for continued education on social issues and means for continued community involvement.













From: Gary Friedman
Date: 30 September 2004
To: fourteen@wanadoo.nl(out of date)
Subject: RE: Hanus Hachenburg



Hello Koos,


Congratulations on your website! Strange to read your email today, as I just arrived back in Sydney from a four week film shoot in Czech Republic, Poland and Israel where I have been making a documentary film on the life and work of Hanus.

But these journeys are all lead by Divine Intervention, as one "coincidence" just leads one to another and so on!

His puppet play "We are looking for a Monster" was written by Hanus in Terezin in 1943, just before he was deported to the Family Camp in Birkenau. Luckily the play was preserved together with the collection of the Vedem publications, because Hanus never returned to perform it!

In his play, Hanus saw behind the façade of events taking place in Terezin - how the Nazis created a so-called 'Paradise Ghetto' which allowed the world to believe that their 'Jewish problem' was being dealt with in a most humane way.

The puppet play is an allegory, in which the King Illiterate I represents the supreme power of a nation at risk. In his desperate attempt to retain authority, the king decides to frighten his people into submission by constructing a monster, using the bones of his older citizens.

Hanus' ideas reflect the cruel circumstances of his brief life. In Terezin, children saw their grandfathers and grandmothers lying cramped on straw mattresses in dusty attics, then dying of disease and starvation. Their bodies were carried along the streets in carts. The image of old bones was too obvious.

At the end of the play, while the King and Death argue about who is to blame, the small puppet boy, Jenichek, understands that neither the King nor Death are to blame. But they too are victims of the terrible Fate. Life is a circus, a farcical show, unjust and brutal.

'We Are Looking For A Monster's first pages were written calligraphically but the last two pages reveal nervous haste. Some pages are numbered wrong. Having his own transport date declared, Hanus obviously had no opportunity to elaborate the style or finish the plot.

In my journeys to discover Hanus work over the past five years and the interviews I conducted over the past four weeks, with Hanus'comtemporaries, fellow artists and even friends, I have discovered much new material about this facinating poet that hopefully will be included in our film which should be released in the next year.

Hope this will be of interest to you.
Best wishes,
Gary Friedman



********************************************************************
Gary Friedman Productions
at the Seymour Theatre, University of Sydney
PO Box 1125, Bondi Junction, NSW 1355, Australia
Studio: 02-9531.7948 Mobile: 0401-038.985
www.africanpuppet.com
Email: gary@africanpuppet.com